Direct contact? Bel een coördinator.
Soms moet iemand even naast je lopen
Wanneer een oudere dame na een heupfractuur niet meer terug naar huis kan, moet zij noodgedwongen de stap naar een verpleeghuis zetten. Een verandering waar zij enorm tegenop ziet. Samen met haar vrijwillig mentor verkent ze stap voor stap de mogelijkheden. Door rust, uitleg en praktische ondersteuning lukt het uiteindelijk om een plek te kiezen en de verhuizing te regelen. Twee weken later blijkt dat een nieuwe plek soms toch meer kan brengen dan verwacht.

Soms begint een mentorschap met wachten.
Wachten op een beschikking, op duidelijkheid, op het moment dat je officieel iets mag betekenen.
Na vier maanden wachten is de beschikking eindelijk binnen. In de tussentijd is de vrijwillig mentor al eens voorgesteld aan haar cliënte: een dame van 86 jaar. Ze heeft geen familie meer en verblijft na een nare val en een heupfractuur op een revalidatieafdeling.
Eigenlijk zit ze daar al veel te lang.
De revalidatie is afgerond, maar terug naar huis gaat niet meer. Daar is inmiddels duidelijkheid over. Wat volgt is de volgende stap: een verpleeghuis. Maar voor mevrouw voelt dat als een enorme sprong. Elke woning die de maatschappelijk werker aandraagt wijst ze af.
Ze wil eigenlijk maar één ding: terug naar huis.
Maar soms is dat simpelweg geen optie meer.
De mentor gaat wekelijks bij haar langs. Niet om beslissingen over te nemen, maar om naast haar te staan in een periode waarin alles verandert. Op een dag geeft de afdeling aan dat er haast bij komt kijken: als mevrouw zelf geen keuze maakt, zal er een plaatsing voor haar geregeld worden.
Dat nieuws schrikt haar zichtbaar af.
In een rustig gesprek legt de mentor uit wat dit betekent. Dat het belangrijk is dat ze zelf meedenkt en meebeslist. En langzaam lijkt het besef binnen te komen: terug naar haar eigen woning zal niet meer lukken.
Samen maken ze een afspraak om een verpleeghuis te bezoeken.
De mentor haalt haar op en ze gaan samen op pad. Ze krijgen een rondleiding door het gebouw, lopen over de afdeling en bekijken zelfs de kamer die mogelijk voor haar beschikbaar is.
Mevrouw is niet enthousiast. Maar ze is ook niet meer zo resoluut als daarvoor.
Eenmaal terug op de afdeling lijkt het bezoek haar wat in de war te brengen. Daarom spreken ze af dat de mentor later die week nog eens langskomt om het rustig te bespreken.
En dat doen ze.
Mevrouw zucht. Ze ziet het nog steeds niet zitten. Maar ze begrijpt inmiddels ook dat de keuzes beperkt zijn. Dan kijkt ze de mentor aan en stelt een vraag die veel mentoren zullen herkennen:
“Wat vind jij?”
De mentor antwoordt eerlijk. Ze vertelt dat het huis een warme indruk maakte, dat er veel activiteiten zijn en dat de verpleegkundigen die ze ontmoetten vriendelijk en betrokken leken.
Mevrouw denkt even na.
En dan knikt ze.
De verhuizing wordt in gang gezet.
En dan, zoals dat vaak gaat in de zorg, gaat het ineens heel snel. Op maandag komt het bericht dat mevrouw woensdag al kan verhuizen. De bewindvoerder heeft nog geen verhuizer geregeld en het voelt niet goed om haar in een lege kamer te laten aankomen.
Dus besluit de mentor iets praktisch te doen.
De dag vóór de verhuizing gaan ze samen naar haar oude woning. Mevrouw loopt door haar huis, kijkt rond, raakt hier en daar een meubelstuk even aan. Ze kiest spullen uit die ze meteen mee wil nemen en plakt post-its op andere spullen die later mee kunnen met de verhuizer.
Een kleine manier om zelf nog regie te houden.
Woensdag is het zover.
De mentor is er natuurlijk bij wanneer mevrouw aankomt bij haar nieuwe woonplek. Het opnamegesprek met de arts volgt. Mevrouw is wat overdonderd door alles. Bij veel vragen kijkt ze even naar haar mentor, alsof ze wil checken of het goed gaat.
De mentor helpt waar nodig, vult aan, en vraagt steeds even aan mevrouw of het klopt wat er gezegd wordt.
En elke keer knikt mevrouw.
Samen richten ze haar kamer in met de spullen die ze alvast hebben meegenomen. Foto’s, kleding, een lamp, een stoel die vertrouwd voelt. Een paar dagen later komt de rest van haar spullen met de verhuizer.
Twee weken later gaat de mentor weer op bezoek.
Mevrouw zit aan een tafel op de afdeling. Voor haar ligt een spelletje dat ze samen met andere bewoners speelt. Wanneer ze de mentor ziet, verschijnt er een glimlach.
Langzaam lijkt ze te wennen aan de nieuwe situatie.
Ze geniet van de aanspraak op de afdeling, van de gezamenlijke maaltijden en van de kleine momenten van gezelligheid gedurende de dag.
Soms kan een verandering die eerst onmogelijk lijkt, toch een nieuwe vorm van thuis worden.
En soms is het enige wat iemand nodig heeft, een mentor die een stukje met haar meeloopt.
