Direct contact? Bel een coördinator.
Een klein document, een groot dilemma
Wanneer taal een barrière is en de druk hoog oploopt, wordt mentorschap extra belangrijk. In dit verhaal lees je hoe een ogenschijnlijk praktische kwestie – een kwijtgeraakt paspoort – uitgroeit tot een zorgvuldig afwegen tussen verantwoordelijkheid en vertrouwen. Een casus die laat zien hoe mentorschap betekent: naast iemand blijven staan, juist als diegene het zelf niet meer kan overzien.

Hij spreekt weinig Nederlands. Soms helemaal niet. Dat maakt alles ingewikkelder, vooral wanneer er iets misgaat dat niet kan wachten.
We komen erachter dat zijn paspoort kwijt is op het moment dat hij zijn verblijfsdocument moet verlengen. Zonder paspoort geen verlenging. Zonder verlenging komt alles op losse schroeven te staan. De urgentie is groot, maar hij begrijpt dat niet volledig. Niet omdat hij het niet wil, maar omdat de woorden tekortschieten.
Ik ga bij hem langs. Zijn kamer is overvol. Overal spullen, tassen, papieren. Voor mij is het chaos, voor hem is het zijn wereld. Zijn veilige plek. Zodra ik voorzichtig begin over het paspoort, zie ik hem veranderen. Hij wordt argwanend. Gespannen. Hij kijkt me aan en vraagt, in gebrekkig Nederlands en met veel gebaren:
“Wat ga jij doen?”
En daar sta ik. Want wat ga ik doen?
Een paspoort is cruciaal. Tegelijkertijd is dit zijn kamer. Zijn spullen. Zijn grenzen. Tegen iemand zijn wil in zoeken—mag dat? Kan dat? En zelfs als het kan: moet je het willen? Wat doet dat met het vertrouwen dat we zo zorgvuldig hebben opgebouwd, zeker als taal al een barrière is?
We nemen de tijd. Met korte zinnen. Met herhalen. Met ondersteuning vanuit de zorg. Ik leg uit waarom het paspoort nodig is. Wat er gebeurt als het niet wordt gevonden. We bespreken de voor- en nadelen. Niet snel, niet dwingend. Want bij iemand die de taal niet goed spreekt, is tempo funest. Dan lijkt alles al snel op macht.
Ook komt de rol van de bewindvoerder ter sprake. De verantwoordelijkheid. De plicht om in te grijpen als het nodig is. Maar ik voel: als we hier over zijn grenzen heen stappen, verliezen we meer dan we winnen.
Hij is zichtbaar onrustig. Beweegt door zijn kamer. Wijst naar zijn spullen. Zegt dat hij het niet fijn vindt. En dat begrijp ik. Dit gaat niet alleen over een paspoort. Dit gaat over controle, over veiligheid, over vertrouwen in mensen die hij niet altijd begrijpt.
Na veel uitleg, stilte en opnieuw uitleg, knikt hij uiteindelijk.
“Goed,” zegt hij. “Maar samen.”
Dat ene woord maakt het verschil.
We spreken af dat hij even ergens anders gaat zitten. Niet omdat hij moet, maar omdat de onrust anders te groot wordt. De zorg blijft bij hem. Wij gaan samen zoeken. Rustig. Met respect. Geen lades omkeren, geen spullen op de grond. Stap voor stap.
En dan ligt het daar. Tussen papieren, bijna onzichtbaar. Zijn paspoort.
Tadaaa.
Als we het hem laten zien, zie ik de opluchting. Maar ook iets anders: vertrouwen. Omdat hij niet is overruled. Omdat er naar hem is geluisterd, ondanks de taal. Omdat hij onderdeel bleef van de beslissing.
Dit is mentorschap. Niet alleen weten wat moet gebeuren, maar vooral weten hoe. Zeker als iemand de woorden niet heeft om zichzelf te verdedigen. Dan is naast iemand staan geen luxe, maar noodzaak.
