Direct contact? Bel een coördinator.
Soms ben je de enige die langskomt
Een verjaardag lijkt iets vanzelfsprekends. Maar wat als er niemand is die langskomt, belt of een kaart stuurt? In dit persoonlijke verhaal vertelt een vrijwillige mentor over een bezoek aan een cliënt met een klein netwerk. Een verhaal over menselijke aandacht, betrokkenheid en hoe juist de kleine momenten soms een groot verschil maken.

“Gefeliciteerd.”
Het zijn maar elf letters. Een woord dat de meeste mensen op hun verjaardag meerdere keren horen. Van familie, vrienden, collega’s, buren of via een stroom berichten op hun telefoon.
Voor sommige mensen blijft het stil.
Een tijdje geleden bezocht ik als mentor een cliënt op zijn verjaardag. Geen bijzondere afspraak. Geen groot feest. Gewoon een bezoek zoals ik dat vaker doe.
Onderweg met mijn 2 gebakjes bedacht ik me dat ik eigenlijk niet wist of er nog meer mensen zouden komen.
Mijn cliënt heeft een klein netwerk. Familie is er nauwelijks meer. Vrienden zijn er niet of zijn in de loop der jaren uit beeld geraakt. Veel contacten bestaan vooral uit zorgverleners die komen en gaan.
Toen ik binnenkwam, stond er geen visite in de woonkamer. Geen slingers. Geen stapel kaarten op tafel.
Hij was blij me te zien.
We dronken koffie en praatten over de dingen waar we het vaker over hebben. Hoe het ging. Wat er die week was gebeurd. Kleine gebeurtenissen die voor hem belangrijk zijn.
Pas later in het gesprek, onder het genot van een tompouce, kwam zijn verjaardag ter sprake.
“Jij bent eigenlijk de enige die vandaag komt,” zei hij terloops.
Een opmerking die hij bijna achteloos maakte.
Voor mij kwam die wel binnen.
Niet omdat ik medelijden voelde, maar omdat het me opnieuw liet beseffen hoe klein het netwerk van sommige cliënten is. Dingen die voor veel mensen vanzelfsprekend lijken, zijn dat lang niet voor iedereen.
Een verjaardag is daar misschien wel een mooi voorbeeld van.
De meeste mensen staan er niet bij stil hoeveel contacten ze eigenlijk hebben. Een appje van een broer. Een telefoontje van een vriend. Een kaart van een tante. Een onverwacht bezoek van een buurvrouw.
Maar wat als die mensen er niet zijn?
Wat als niemand aan je denkt?
Juist daarom zijn de kleine dingen soms belangrijker dan we beseffen.
Als mentor ben ik er niet om familie te vervangen. Dat kan ook niet. Toch merk ik regelmatig dat een bezoek meer betekent dan alleen een gesprek over zorg of welzijn.
Voor cliënten is het vaak belangrijk dat er iemand is die belangstelling toont. Die vraagt hoe het gaat. Die onthoudt wat er speelt. Die niet komt omdat het moet, maar omdat hij betrokken is.
Dat zit soms in grote dingen. Maar veel vaker in kleine momenten.
Een kop koffie.
Een wandeling.
Een gesprek.
Of simpelweg iemand die op je verjaardag aan je denkt.
Wat ik mooi vind aan mentorschap is dat je voor iemand van betekenis kunt zijn zonder dat daar iets groots voor nodig is. Juist mensen die weinig netwerk hebben, kunnen veel steun ervaren van iemand die naast hen staat.
Niet om hun leven over te nemen.
Niet om alle problemen op te lossen.
Maar om er te zijn wanneer het nodig is.
Aan het einde van mijn bezoek liep ik weer naar buiten. Voor mij was het een uurtje van mijn dag geweest.
Voor mijn cliënt misschien ook.
Maar ik moest onderweg naar huis toch denken aan die ene opmerking.
“Jij bent eigenlijk de enige die vandaag komt.”
Soms besef je dan weer hoe belangrijk menselijke aandacht kan zijn.
En hoe bijzonder het is dat je als mentor juist voor die mensen iets kunt betekenen.
