Even gewoon samen aan tafel

Een standaard bezoek aan mijn client. Maar eigenlijk schuilt er in elk bezoek weer een verrassing.
Vrienden of vijanden? Normaal kunnen ze elkaars bloed drinken, maar deze keer lijken het de grootste vrienden…….hoe lang zal dat duren?

Mijn bezoek deze avond is aangekondigd. Bij de deur word ik verwelkomd door een medebewoner. En meteen wordt Bert geroepen. ‘Bert, bezoek voor je.’ Vanuit een andere hoek klinkt: ‘ik weet wie je bent, ik kom er ook zo aan!’ Het is een client van een andere mentor van onze organisatie.

Ik kom binnen en begroet Bert, die met een glimlach van oor tot oor aan tafel zit. In zijn korte broek.

Hoewel het hartje winter is, loopt hij altijd in een korte broek, in elk geval binnenshuis. Ik schuif bij hem aan tafel. Beiden nemen we een kop thee. Hij begint direct met zijn klaagzang, want daar is Bert nu eenmaal om bekend.

Het gaat van de hak op de tak. Het eten was niet lekker, hij wordt geplaagd, hij wil zonder begeleiding naar buiten. Ik hoor hem aan en we praten erover.

Een zeer belangrijk onderwerp voor Bert is het alleen naar buiten gaan. Door een incident is zijn vrijheid op dat gebied beperkt. Hij fietste altijd zelfstandig naar de dagbesteding, maar wordt nu met de gezamenlijke bus opgehaald. Als we het er over hebben, lijkt hij het enigszins te begrijpen, maar al snel vervalt hij weer in het oude verhaal.

Net als zijn verhaal over ambulances. Bert is enorm gefixeerd op de hulpdiensten. Onlangs was er in de straat een ambulance en hij denkt deze nog steeds te horen. Hij neemt me vanavond zelfs mee naar buiten, om hun aanrijroute te laten zien en mij de sirenes te laten horen. Maar die sirenes zijn er niet; wel in zijn hoofd en dat maakt hem onrustig.

We gaan weer naar binnen en ondertussen is de medebewoner in de huiskamer die mij vanuit de traplift zo vriendelijk welkom heette. ‘Kom erbij’ gebaart Bert. Mijn eerste verwondering is daar. Bert en Bram mogen elkaar toch helemaal niet? In rapportages lees ik dat ze continu op elkaar letten en vitten en dat dat soms best hoog op kan lopen.

Bram heeft ook een mentor die hem regelmatig bezoekt. Hij ‘kent’ dus het mentorschap. Sinds kort wonen ze op dezelfde woongroep, maar ze kennen elkaar al veel langer. Ik krijg zelfs verhalen te horen, dat ze bij elkaar op de middelbare school hebben gezeten. Nu beiden in de 60 en treffen ze elkaar weer. Er is meestal veel negatieve aandacht naar elkaar. Op de groep houden ze er al rekening mee, bijvoorbeeld bij de bus indeling naar de dagbesteding of hun plek aan de tafel met de maaltijd. En nu, zomaar schuiven ze bij elkaar aan tafel. Beiden lijken het helemaal normaal te vinden en het is helemaal ‘ouwe-jongens-krentenbrood’. Bram neemt het hoogste woord. In zijn verhaal neemt hij Bert steeds mee. ‘Hé Bert’, eindigt de zin dan steeds. Bert knikt, lacht en heeft het duidelijk naar zijn zin. Omdat ik met name voor Bert kom, probeer ik het gesprek steeds weer te richten op hem. Maar hij betrekt Bram er ook steeds bij en uiteindelijk hebben we het heel gezellig met z’n drieën.

Daar waar ze elkaar vrijwel nooit kunnen uitstaan, lijkt het echt alsof ze nu elkaars grootste vrienden zijn. Ik sta op en bedank hen voor het gezellige gesprek. Bert gaat met me mee en laat me uit. Hij wil me nogmaals de sirenes laten horen. Want het blijft hem bezig houden.

Maar net heel even, zo’n 3 kwartier, was hij even ontspannen. Ik stap de auto in en vraag me af hoe de avond voor hen nu verder verloopt. Zetten ze het gesprek samen voort aan de tafel of is de eerste onaardige opmerking al weer gevallen?

Hoe dan ook, even ging het niet over vriend of vijand, over kibbelen of beschuldigen, maar draaide het om een ongedwongen gezellig gesprek. Hopelijk volgen er meer van dat soort momenten!