Direct contact? Bel een coördinator.
Wie kijkt er naar je om als er niemand meer is?
Niet iedereen heeft familie, vrienden of een partner om op terug te vallen. Voor sommige mensen is een mentor de enige onafhankelijke persoon die betrokken blijft bij belangrijke keuzes over zorg en welzijn. In dit verhaal vertelt een vrijwillige mentor over de betekenis van er simpelweg zijn voor iemand die anders alleen zou staan. Een verhaal over aandacht, betrokkenheid en de kracht van menselijk contact.

“Wie is er eigenlijk betrokken bij meneer?”
Het is een vraag die tijdens een zorgoverleg wordt gesteld. Even blijft het stil.
Geen partner, geen kinderen, geen broers of zussen die betrokken zijn, geen vrienden die regelmatig langskomen.
Alle ogen richten zich uiteindelijk op de mentor.
Voor veel mensen is het moeilijk voor te stellen. We gaan er vaak vanuit dat er altijd wel iemand is die meekijkt, meedenkt of zich zorgen maakt wanneer het minder goed gaat.
Maar dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend.
Als coördinator bij Mentorschap Rotterdam ontmoet ik regelmatig cliënten die nauwelijks een netwerk hebben. Mensen die geen familie meer hebben of waarbij het contact in de loop der jaren is verdwenen. Mensen die door omstandigheden steeds meer alleen zijn komen te staan.
Dat betekent niet dat zij geen waardevolle relaties hebben gehad.
Maar soms is er simpelweg niemand meer over.
Een van mijn cliënten is zo iemand.
Hij woont zelfstandig met ondersteuning. Zijn dagen verlopen vaak volgens een vast patroon. Hij kent zijn buurt, doet zijn boodschappen en heeft contact met begeleiders. Op het eerste gezicht lijkt alles redelijk stabiel.
Maar wanneer er iets belangrijks speelt, wordt zichtbaar hoe klein zijn netwerk eigenlijk is.
Bij een gesprek over zijn gezondheid.
Bij een verhuizing.
Bij veranderingen in de zorg.
Bij moeilijke keuzes.
Dan blijkt dat er niemand is die automatisch naast hem staat.
Niemand die meegaat naar een afspraak.
Niemand die vraagt hoe het gegaan is.
Niemand die zich verdiept in de gevolgen van een beslissing.
Dat raakt me soms.
Niet omdat ik medelijden heb met mijn cliënt. Hij heeft zijn eigen leven opgebouwd en is veel sterker dan mensen vaak denken.
Maar wel omdat ik zie hoe vanzelfsprekend een netwerk voor veel mensen is.
De meeste mensen hoeven maar één telefoontje te plegen als er iets aan de hand is.
Voor sommige cliënten bestaat dat telefoontje niet.
Juist daarom is mentorschap zo belangrijk.
Een mentor vervangt geen familie.
Een mentor wordt geen beste vriend.
Maar een mentor zorgt er wel voor dat iemand niet alleen staat wanneer belangrijke beslissingen genomen moeten worden. Als zaken geregeld moeten worden.
Dat betekent aanwezig zijn bij gesprekken.
Doorvragen wanneer iets niet duidelijk is.
Controleren of afspraken worden nagekomen.
En vooral: ervoor zorgen dat de stem van de cliënt gehoord blijft worden.
Wat ik bijzonder vind, is dat cliënten vaak niet vragen om grote dingen.
Ze willen vooral weten dat er iemand is.
Iemand die hen kent, iemand die onthoudt wat belangrijk voor hen is en iemand die opmerkt wanneer het niet goed gaat.
Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar voor iemand zonder netwerk kan dat een wereld van verschil maken.
Ik herinner me een gesprek waarin mijn cliënt zei:
“Het is fijn dat ik jou kan bellen als ik iets niet begrijp.”
Voor hem was het een eenvoudige opmerking.
Voor mij vatte het precies samen waarom mentorschap bestaat. Niet omdat mensen hun leven niet zelf kunnen leiden. Maar omdat niemand alles alleen hoeft te doen.
Iedereen verdient het dat er iemand meekijkt wanneer het ingewikkeld wordt. Iedereen verdient het dat zijn belangen worden bewaakt. Iedereen verdient het dat er iemand vraagt: “Wat vindt u zelf belangrijk?”
Juist voor mensen die weinig of geen netwerk hebben, kan dat onmisbaar zijn.
Wanneer ik na een bezoek weer naar huis ga, realiseer ik me regelmatig dat mijn aanwezigheid misschien maar een klein onderdeel van mijn week is.
Maar voor mijn cliënt betekent het dat er iemand is die naar hem omkijkt.
En soms is dat precies wat het verschil maakt.
