Mentor zijn: soms pittig, vaak bijzonder en altijd van betekenis

Een potje Skip-Bo, samen naar de markt of een mok uit Mallorca. Soms zijn het juist de kleine dingen die laten zien hoeveel een mentor kan betekenen. Maar er zijn ook momenten waarop je stevig in je schoenen moet staan. Een vrijwillig mentor vertelt openhartig over beide kanten van het mentorschap.

Vrijwillig mentor zijn. Naast een fulltime baan als senior juridisch beleidsadviseur Veiligheid. Het is soms best een uitdaging om alles te combineren. Toch zou ik het mentorschap niet meer willen missen.

Ik ben mentor van twee cliënten en binnenkort komt daar een derde cliënt bij. Het mooie is dat ze alle drie in dezelfde woonzorginstelling wonen. Inmiddels is het daar een beetje mijn tweede thuis geworden. Als ik binnenkom, word ik door medewerkers en andere bewoners vaak vrolijk begroet. Dat maakt het contact heel vanzelfsprekend.

Het zit vaak in de kleine dingen

Mentor zijn gaat natuurlijk over zorg en welzijn en over opkomen voor de belangen van je cliënt. Maar in de praktijk gaat het voor mij ook heel vaak over gewone, alledaagse dingen. Soms speel ik in de avonduren een potje Skip-Bo mee. Ik ga weleens met de groep mee om boodschappen te doen of naar de markt. Bij mooi weer zitten we samen in de tuin.

Met één van mijn cliënten ga ik af en toe plantjes halen bij de Plantenhal. We gaan ook graag naar de kerstshow van Intratuin en drinken daar samen een kop thee. Het zijn geen grootse activiteiten, maar juist die momenten zorgen ervoor dat er een band ontstaat.

En soms is mijn rol wat praktischer. Als het de begeleiding niet lukt om mee te gaan naar een medisch bezoek en ik kan het in mijn agenda regelen, dan ga ik mee. Je werkt daarbij niet alleen. Goed contact en samenwerking met de begeleiding, de organisatie en andere betrokkenen zijn ontzettend belangrijk. Iedereen heeft zijn eigen rol en samen probeer je ervoor te zorgen dat het goed gaat met de cliënt.

Een mok uit Mallorca

Het meest waardevol zijn misschien wel de momenten die je van tevoren niet bedenkt.

Als ik op vakantie ben geweest, neem ik meestal een kleine aardigheid of souvenir mee. Zo had ik voor Ton een mok meegenomen uit Mallorca. Ik was tijdens een filmavond even gebleven en gaf hem de mok. Hij keek er blij naar en vroeg of hij er zijn cola uit mocht drinken.Natuurlijk mocht dat. Hij ging de mok meteen gebruiken. Vol trots en zichtbaar genietend zat hij zijn cola uit zijn nieuwe mok te drinken. Het was maar een mok. Maar op dat moment was het duidelijk dat het voor hem veel meer betekende. Dat merk ik ook als ik er ben om zijn verjaardag mee te vieren en wat speciaal voor hem heb gekocht, een glimlach van oor tot oor.

Dat zijn de momenten waarop je beseft hoeveel waarde het kan hebben dat je er gewoon bent.

Soms is het ook echt pittig

Dat mentorschap niet alleen maar leuk en gezellig is, heb ik afgelopen zomer ervaren.

Eén van mijn cliënten, Karin, ging op vakantie naar Lesbos. Op 28 juni werd ik gebeld met de mededeling dat ze was gevallen en in het ziekenhuis lag. Er was op dat moment nog veel onduidelijk.

De dagen daarna volgden veel telefoontjes en berichten met de woonzorginstelling, Stichting Mentorschap, de bewindvoerder, de reisorganisatie en de alarmcentrale. Ik probeerde vanuit Nederland de juiste mensen in beweging te krijgen en tegelijkertijd hield ik dagelijks contact met Karin.De situatie was zorgelijk. Het eten en drinken waren niet goed geregeld, de communicatie met de artsen was moeilijk te begrijpen en Karin maakte zich grote zorgen. Ze was verdrietig en zat er op een gegeven moment helemaal doorheen.

Als mentor kun je dan niet zomaar alles oplossen. Ik heb ook bewust moeten bewaken waar mijn rol ophield. Naar Lesbos reizen was bijvoorbeeld niet aan de orde, dat is je rol niet. Het komt wel in je gedachten naar voren en de alarmcentrale deed zelfs deze suggestie. Fijn om dan even te kunnen sparren met je coördinator. Wel kon ik bellen, overleggen, mailen, de urgentie blijven benadrukken en ervoor zorgen dat de verschillende betrokken partijen wisten wat er speelde.

Dat heb ik ook gedaan. Soms naast mijn werk, soms door afspraken te verzetten en soms met een telefoontje vroeg in de ochtend of laat op de dag dan wel in de avond. Je bent er dan echt even dagelijks mee bezig voor een langere periode.

Het duurde uiteindelijk veel te lang voordat er een werkbare oplossing kwam, ondanks alle inspanningen. Gelukkig was Karin op 7 juli weer thuis. 

Wat mij in die periode vooral is bijgebleven, naast de enorme dankbaarheid van Karin, is dat ik het niet alleen hoefde te doen. Er was contact met de woonzorginstelling, Stichting Mentorschap en anderen rondom Karin. Iedereen deed vanuit zijn eigen rol wat mogelijk was. We hebben haar er met elkaar doorheen geholpen. Echt een hele fijne samenwerking. Wat dat aangaat heb ik het ook echt getroffen met de zorginstelling, mijn cliënten en mijn coördinator. 

Je hoeft geen zorgprofessional te zijn

Je hoeft geen zorgprofessional te zijn om mentor te worden. Je hoeft ook niet op ieder probleem meteen een antwoord te hebben.Je moet vooral willen luisteren, meedenken, betrokken zijn en opkomen voor de belangen van iemand die dat zelf niet altijd kan. En je moet bereid zijn om soms iets extra’s te doen als dat nodig is — binnen de grenzen van je rol en mogelijkheden.

Ja, het kost tijd en het vraagt verantwoordelijkheid. En soms is het best lastig om het te combineren met een baan, gezin, vrienden en je eigen leven.

Maar daar staat ontzettend veel tegenover. De begroeting als je binnenkomt. Samen lachen om een spelletje. Een kop thee. Iemand die trots zijn nieuwe mok gebruikt. Een cliënt die blij is met een verjaardagscadeau. En een zwaai als je weer naar huis gaat. De dankbaarheid omdat je er bent omdat je hem/haar door een lastige periode sleept, ook al ben je letterlijk ver weg.

Dat zijn voor mij de momenten die het mentorschap zo bijzonder maken.

Vrijwillig mentor zijn betekent voor mij: er zijn wanneer het ertoe doet. Soms op de achtergrond, soms nadrukkelijk op de voorgrond. Samen met de cliënt en de mensen om hem of haar heen kijken wat nodig is.