Direct contact? Bel een coördinator.
Van uitvaart tot bereikbaarheidsdienst: een werkdag als coördinator
Elke werkdag als coördinator bij Stichting Mentorschap Rotterdam is anders. Soms sta ik bij een uitvaart, soms bij de rechtbank, en tussendoor begeleid ik vrijwilligers, werk ik dossiers bij of geef ik trainingen. Geen dag verloopt hetzelfde, en juist daarin schuilt de dynamiek en de betekenis van ons werk: zorgen dat cliënten gehoord worden en dat vrijwilligers gesteund worden in hun rol.

Als coördinator bij Stichting Mentorschap Rotterdam e.o. is geen dag hetzelfde. Elke dag ben ik op een andere plek, zonder precies te weten hoe de dag gaat lopen.
Wij hebben veel uiteenlopende taken: we voeren intakes met cliënten en vrijwilligers, begeleiden vrijwilligers in hun rol als mentor, beantwoorden inhoudelijke vragen, denken mee over casuïstiek, organiseren trainingen, bij- en nascholingen, zijn aanwezig bij zittingen inzake mentorschap en aanverwante zaken, zijn zelf mentor — en ga zo maar door. Ons werk draait om contact, afstemming en ondersteuning.
Vaak vragen mensen mij: “Hoe ziet een werkdag van jou eruit?”
Na de zoveelste vraag besluit ik dit zo af en toe eens bij te houden. Hier is dag 1.
Mijn ochtend begint bij de uitvaart van een cliënt. Omdat de vrijwillige mentor tijdelijk is uitgevallen, ben ik de afgelopen zes maanden haar mentor geweest. Het is een intensieve periode, waarin haar gezondheid snel achteruitgaat. Ik ben daardoor veel met haar in contact en leer haar in korte tijd goed kennen.
Omdat alleen de zorg en wij aanwezig zijn bij de uitvaart, besluit ik als mentor iets te zeggen. Want eerlijk is eerlijk: ieder mens verdient een waardig afscheid.
Met een warm, voldaan gevoel loop ik na afloop naar mijn auto — de dag gaat verder en mijn volgende afspraak wacht al.
Ik zet Google Maps aan: rechtbank Dordrecht. Daar vindt een zitting plaats waarbij wij aanwezig moeten zijn. Een cliënt is opgeroepen vanwege meerdere incidenten uit het verleden. De vrijwillige mentor kan helaas niet aanwezig zijn, dus sluit ik als coördinator aan. Deze cliënt heeft een beperking waardoor hij niet meer goed voor zichzelf kan opkomen. Hij begrijpt waarschijnlijk niet volledig waar de zitting over gaat, dus wij doen het woord voor hem bij de officier van justitie.
De zitting verloopt gelukkig kort. De officier van justitie ziet al snel dat deze meneer niet meer zelfstandig de straat op gaat. Vanwege zijn beperking wordt de gehele zaak geseponeerd. Ik blij, cliënt blij.
Met een tevreden gevoel verlaat ik de rechtbank en stap opnieuw in mijn auto, dit keer richting kantoor. Onderweg bel ik de vrijwillige mentor van deze cliënt om hem bij te praten over de zitting.
Eenmaal op kantoor zie ik mijn collega’s en ben ik benieuwd naar wat zij vandaag hebben meegemaakt. Ik werk mijn dossiers bij, lees rapportages in CarenZorgt door, beantwoord e-mails — en voor ik het weet is het alweer vijf uur.
Onderweg naar huis bel ik nog een vrijwillige mentor. Het gaat niet goed met haar cliënt en dat vindt zij, vanuit haar persoonlijke betrokkenheid, moeilijk. Ik bied een luisterend oor en leg uit dat ze al het mogelijke doet en dat ze niet meer kan doen dan ze al doet.
Eenmaal thuis schuif ik aan voor het avondeten, de werktelefoon nog aan want ik heb bereikbaarheidsdienst. Hopelijk gaat die niet af, want dat betekent meestal geen goed nieuws…
