Mijn eerste cliënt bij mentorschap Rotterdam – deel 2

Een jaar geleden moest mijn cliënte haar vertrouwde huis verlaten en verhuizen naar een verzorgingshuis vanwege dementie. Een grote verandering — voor haar, maar ook voor mij als mentor. Het afgelopen jaar leerde mij niet alleen hoe een afdeling functioneert, maar vooral wat deze overgang betekent voor iemand die langzaam grip verliest op tijd, plaats en herinneringen.

Een jaar is voorbij sinds mijn cliënte naar een verzorgingshuis moest verhuizen vanwege haar dementie. In die tijd heb ik als mentor ontzettend veel geleerd. Over hoe de afdeling werkt waar zij woont, waar ik als mentor op moet letten, en misschien wel het belangrijkste: hoe zij zelf omgaat met de veranderingen in haar leven.

De eerste maanden waren soms heel moeilijk voor mevrouw. Het samenleven met zoveel vreemde en onbekende mensen op één afdeling viel haar zwaar. Ze begreep niet waarom ze niet meer terug kon naar haar eigen huis. Regelmatig vroeg ze mij: “Wanneer ga ik weer naar huis?”
Mijn antwoord was altijd hetzelfde: “Nou M., je bent ziek geweest en je moet nu eerst verder aansterken.”
Dat antwoord kon ze begrijpen. En voor dat moment gaf het haar rust.

Samen hebben we haar kamer zo huiselijk mogelijk gemaakt, met haar eigen meubels en schilderijen. Zodat ze zich thuis zou voelen. Het gebeurde regelmatig dat andere bewoners zomaar haar kamer binnenliepen, zich niet bewust van het feit dat dit niet hun eigen kamer was. Iedereen op de afdeling bevindt zich in een ander stadium van dementie — iets wat je niet alleen ziet, maar vooral voelt. De verpleging houdt hier gelukkig goed toezicht op en waakt over de rust en veiligheid. Over het algemeen is de sfeer goed. Zéker op vrijdagmiddag.

Elke vrijdag organiseert de verpleging iets bijzonders: in een zijkamer op de gang wordt het zogeheten ‘bruin café’ geopend. Een gezellige middag voor bewoners en hun naasten. Er klinkt muziek van vroeger uit de radio — liedjes die iedereen lijkt te herkennen. Er wordt meegezongen, gelachen, soms zelfs gedanst. Even weg van de afdeling, weg van het eindeloos rondlopen door de gangen, weg van de verwarring die een groot deel van de dag kan vullen.

Met een drankje, een hapje en samen zingen ontstaat er iets eenvoudigs, maar waardevols: verbondenheid. Op dat moment is iedereen blij. Bewoners, verpleging en familie. Het is een moment waar elke week weer naar wordt uitgekeken — klein misschien, maar van onschatbare waarde.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *